TENTOONSTELLING DE GEEST VAN HET HUIS, 2011
Een tentoonstelling, zoals je vroeger in de 17de en 18de eeuw de Salon had; een ontmoetingsplek bij iemand thuis waar kunstenaars, schrijvers, filosofen en musici hun denkbeelden en werk uitwisselden. Zoiets als Facebook en Linkedin nu. Met deze tentoonstelling wil ik kunstenaars, kunstwerken en geïnteresseerden samen brengen. Niet op internet, maar in mijn huis. Een ongedwongen plek, voor iedereen toegankelijk, om elkaar te treffen, werk te bekijken en ideeën uit te wisselen. Een huis van boven tot onder gevuld met kunst van bekende en minder bekende, jongere en oudere kunstenaars. Er is een leestafel met boeken en catalogi.
Ik draag deze tentoonstelling op aan Hanny Korevaar en Armand Bouten, de vorige bewoners van mijn huis. Dankzij de bruiklenen van verzamelaar Jan Pieter Niemeijer en kunstenaar Sander van Deurzen, zal er van hen ook werk te zien zijn.
Deelnemende kunstenaars zijn; Armand Bouten, Adam Colton, Ad de Jong, André van de Wijdeven, Annemarie Nibbering, Anne-Marie van Sprang, Aquil Copier, Arno Kramer, Ben Sleeuwenhoek, Bettie van Haaster, Betty de la Court, Cornel Bierens, Carel Blotkamp, Bart Benschop, Daan van Golden, Ditty Ketting, Eric Jan van de Geer, Erik Mattijssen, Ewoud van Rijn, Gerard Kodde, Gijs Assmann, Hans van der Ham, Hanny Korevaar, Helen Frik, Henri Jacobs, Hendri van der Putten, Heringa van Kalsbeek, Jacobien de Rooij, Jan Roeland, Jan van de Pavert, Jana van Meerveld, Joanna Quispel, Johan van Oord, Johanna Schweizer, Joop Stoop, Joost van den Toorn, Justin Wijers, Karin Arink, Karin van Dam, Koen Taselaar, Kevin Kelly, Karin van Pinxteren, Lisa Couwenbergh, Lily van der Stokker, Lizan Freijsen, Leontine Lieffering, Louise de Haan, Mai van Oers, Marian Breedveld, Marieke van Diemen, Marjan Teeuwen, Marjolijn van den Assem, Martyn Last, Martin Assig, Merijn Bolink, Michiel Hogenboom, Moritz Ebinger, Olaf Mooij, Olphaert den Otter, Otto Egberts, Paul de Reus, Paul Nassenstein, Paul van der Eerden, Pim Trooster, Regula Muller, Robin Kolleman, Roland Sohier, Rudy d’Arnaud Gerkens, Sander van Deurzen, Serge Onnen, Suzan Drummen, Titia Ex, Tanja Smeets, Thomas Huber, Wanda Koop, Zeger Reyers.
Levensverhaal van Armand Bouten en Hanny Korenaar
Op 20 november 1965 stierf kunstenaar Armand Bouten op het Molenpad 11 in Amsterdam, berooid en vergeten…….”
Deze tekst las ik in een paginagroot artikel op de kunstpagina van het NRC op 22 november 1990
Toen ik in 1981 verhuisde naar het Molenpad 11 in Amsterdam, viel me op hoe sober de vorige huurder had geleefd. Er was geen warm water, geen douche en de enige verlichting bestond uit een peertje aan het plafond. Gestookt werd er nog met kolen die op de zolder lagen. De buren vertelden me dat er een kunstenares had gewoond. Volgens hen een vreemde vrouw die met niemand contact wilde. Op een dag werd ze opgehaald door een ambulance en niemand had meer iets van haar gehoord. De sociale dienst haalde haar woning leeg. De buurman vertelde dat er allemaal ‘vreemde beelden’ naar beneden getakeld werden en veel schilderijen. Ik deed navraag bij de burgerlijke stand, omdat ik toch nieuwsgierig bleef naar deze kunstenares. Ik kwam er achter dat ze Hanny Korevaar heette en de weduwe was van de schilder Armand Bouten. Hoe ze hadden geleefd en wat voor werk ze maakten was onbekend.
Tot de dag dat ik in 1990 de NRC opensloeg en een groot artikel zag op de kunstpagina over een tentoonstelling van Armand Bouten en Hanny Korevaar in De Wieger te Deurne. Ik ben de tentoonstelling meteen gaan bekijken en kocht de catalogus waar het levensverhaal van het paar uitgebreid was te lezen. (onderaan een beknopte weergave)
In de zomer van 1912 vertrekt Armand Bouten uit zijn geboortestad Venlo om er nooit meer terug te keren. Hij volgt een opleiding aan de Rijksnormaalschool voor Tekenonderwijs in Amsterdam waar hij Hannie Korevaar (1893-1983) ontmoet, zijn latere vrouw en schildersgezellin. Uit hun vroege werken blijkt dat zij zeer bij de tijd waren op het terrein van de moderne kunst. Ongetwijfeld bezochten ze de spraakmakende exposities die in die jaren in Amsterdam werden georganiseerd. Futuristen, expressionisten en kubisten. Met hun monumentale, krachtige contouren en hun expressieve, felle kleuren ademen de schilderijen van Bouten helemaal de tijdgeest.
Zo rond 1920 vertrekt het echtpaar voor een eerste, grote studiereis. Einddoel is Hongarije, nu een hele gewone vakantiebestemming maar in die jaren een verre, ongewisse tocht. Blijkbaar worden ze gepakt door het nomadenvirus want in de volgende jaren verblijven ze in Oost-Europa, Budapest, Berlijn, Marseille, Parijs en Brussel. Vooral de jaren in Frankrijk markeren een gelukkige periode in het leven van het paar. In die tijd was Parijs het artistieke centrum van Europa. Ze woonden in Montparnasse waar veel schilders, schrijvers en musici verbleven. In de schilderijen en aquarellen van Armand Bouten uit de tweede helft van de jaren twintig overheersen pasteltinten en het handschrift van de schilder wordt losser en beweeglijker. In de jaren dertig stopt Hanny Korevaar met schilderen. De reden hiervoor is onbekend.
Van 1935 tot 1953 woonde het echtpaar in Brussel waar Bouten, waarschijnlijk geïnspireerd door de collectie Afrikaanse kunst van het museum in Tervuren, bijzondere beelden maakte van de meest uiteenlopende materialen. Ondertussen nemen de internationale spanningen in Europa toe met de opkomst van het Nationaal Socialisme. In deze periode wordt het werk van Bouten steeds donkerder, hij vertaalt zijn angstvisioenen in sombere schilderijen, waaruit onheilspellende gedaanten opdoemen uit de duisternis. De gedichten die Bouten schrijft, zetten een verrotte wereld neer, echter met een weemoedige ondertoon.
In de jaren na de tweede wereldoorlog wordt Brussel te duur en vertrekken ze naar Amsterdam. Het geld dat ze verwierven door de verkoop van het ouderlijk huis raakt langzaam op. Na een leven van vrijheid, reizen en verblijven in steden als Boedapest, Berlijn, Brussel en Parijs, moeten ze hun intrek nemen in een kleine gemeubileerde kamer in Amsterdam, waar een hospita ze met achterdocht bekijkt omdat ze ’vreemd’ zijn. Hij stuurde in die periode werken in bij de aankoopcommissie van de gemeente Amsterdam, maar werd afgewezen. Daarna doet hij een beroep op de speciale regeling voor kunstenaars bij de sociale dienst, maar wordt ook hier afgewezen Tenslotte zijn ze afhankelijk van een sociale uitkering. Het echtpaar wordt dagelijks in de gaten gehouden door een ambtenaar van de sociale dienst. In het dossier van de sociale dienst zij notities te vinden als; ‘De vrouw ging boodschappen doen in de van Woustraat op 5 dec. van 10.35 tot 11.30 uur’ of ‘de laatste weken zag ik de vrouw herhaaldelijk op het terras van een café op de hoek van de Vijzelgracht, meestal met een gevuld kelkje voor zich.’ Belastend materiaal kwam echter niet naar voren. Ondanks de slechte woonomstandigheden, armoede en tegenslag, bleef Bouten doorwerken. Door gebrek aan ruimte en geld voor materiaal, begon hij met inkt op krantenpapier te werken. Ook maakte hij in die periode gouaches op papier, veelal van klein formaat. Vanaf 1960 krijgen ze AOW en betrekken ze de woning aan het Molenpad 11 waar Armand Bouten in 1965 op 72 jarige leeftijd overlijdt.
Korevaar leeft nog 16 jaar lang op het Molenpad, zij overlijdt 9 maart 1983 op 90 jarige leeftijd in een verzorgingshuis.
Ze heeft nooit geweten dat, na haar opname in het verzorgingshuis, haar hele inboedel incl. schilderijen en beelden door de sociale dienst uit haar huis is gehaald en geveild.
Na hun dood is het werk van beide kunstenaar herontdekt en zijn er tentoonstellingen gemaakt bij verschillende galeries, kunsthandels en in twee musea; Museum De Wieger in Deurne 1990 en het Groninger Museum 2008 Bij beide tentoonstellingen zijn uitgebreide catalogi verschenen. Museum de Wieger; Armand Bouten en Hanny Korevaar, Een nieuw licht op het Nederlands Expressionisme. Groninger Museum; Kunst maakt zichzelf, een diepgeworteld Expressionisme, Armand Bouten (1893 – 1965)
